Zwemschool Brevetten

BREVET 1: EENDJE

Hoofd onder water houden: totale onderdompeling van het hoofd. Ogen onder water openen: wanneer het kind zijn hoofd onder water heeft, plaatst de leraar zijn hand voor het gelaat van het kind (max. 20 cm afstand) en toont het een aantal vingers die het onder water moet kunnen zien. Drijfvermogen voelen: met handensteun op de bodem van het klein bad, of op een trap van het zwembad, schouders onder water. Het hoofd helemaal onder water houden, dan langzaam de armen zijwaarts opheffen en enkele seconden blijven drijven. Vijf maal na elkaar onder water blazen: ofwel handen vast aan de goot van het bad, of op de bodem steunend, diep door de mond inademen, hoofd onderdompelen en door de mond dikke luchtbellen blazen, hoofd opheffen en inademen, dan nieuwe onderdompeling en langs de mond uitademen, zo vijf maal in- en uitademen in een traag, ononderbroken ritme. Van de boord springen: staande op de boord van het bad (waterdiepte 60 tot 80 cm) in het water springen, de leraar is ofwel in het water en neemt de hand van het kind of is op de boord en laat het kind de stok vastgrijpen.

BREVET 2: PINGUIN

Buikwaarts drijven: vertrek van de muur met voetsteun, armen boven het hoofd, een lange buikwaartse pijl uitvoeren aangezicht in 't water. Rugwaarts vlotten: rugwaartse houding met steun van de handen op de bodem, in kleine diepte, handen opheffen en de armen langs het lichaam plaatsen, het rugwaartse drijfvermogen voelen. Drie kleine voorwerpen opvissen: drie kleine voorwerpen in een cirkel van maximum 1 meter en in maximum 80 cm diepte laten zinken, het kind moet die opvissen in één onderdompeling. Duiken van de boord: zittend op de boord van het bad; duiken in minimum 80 cm waterdiepte. De duik moet door een pijl gevolgd worden. Slalom met hindernissenparcours: men verplaatst zich op handen en voeten door het kniediepe water, ondertussen met de mond bellen blazen, aansluitend slalomt men tussen een voorbereid hindernissenparcours, dwz: Met het hoofd een bal verder wegduwen. Blaas een pingpongballetje verder van U weg. Steunend met handen op de bodem, gelijktijdig met de benen crawl slaan naar de volgende hindernis. Achterwaarts gaan en gelijktijdig het water voorwaarts wegduwen door met de 2 handen tegen elkaar te slaan (hoe harder men het water wegduwt, hoe groter de stuwing in het water).

BREVET 3: DOLFIJN

Benen schoolslag/crawl: naar keuze met de handen op een plankje 15 meter schoolslag of crawl benen uitvoeren. Dolfijnspringen: als een dolfijn over iemands rug of gestrekte arm in het water glijden en vervolgens door iemands benen doorzwemmen, terug naar bovenspringen met afduw van de bodem en terug in het water verdwijnen (handen eerst). Behendigheidsproef: zittend op de boord van het bad, alleen, per twee, per drie of met de hele groep, zich zijwaarts in het water laten vallen. Eenmaal in het water, 10 tellen onder water blijven dobberen met de voeten los van de grond. Springen van een startblok: vanuit rechtstaande houding zo hoog mogelijk gestrekt wegspringen en gelijktijdig tweemaal boven het hoofd in de handen klappen. 25 meter zwemmen schoolslag of crawl: (keuze van de eerst aangeleerde zwemslag) één van de twee zwemslagen uitvoeren over een lengte van 25 meter zonder te steunen op de bodem, en met start naar goeddunken (springen of duiken).

BREVET 4: 50 meter

Dit brevet wordt toegekend aan iedere kandidaat die een afstand van 50 meter netjes heeft gezwommen steunen op de bodem of de stok vast te grijpen en dit in één stijl, ofwel in schoolslag, in crawl, vlinderslag. Daarbij wordt gestart met het hoofd voorover van op de boord of het startblok (duiken). Die proef moet verplichtend in een zwembad van minimum 16 m lang gezwommen worden!

BREVET 5: 100 meter

Dit brevet wordt toegekend aan iedere kandidaat die slaagt in de volgende proeven: Met het lichaam verticaal gedurende 1 minuut het hoofd boven het wateroppervlak houden, de handen uit het water. Beenslagen zijn toegelaten. Voor deze proef moet de minimale diepte van het zwembad 2 m zijn. Deze proef wordt afgelegd, vooraleer met de onder b) vermelde zwemproef aan te vangen. Netjes en zonder oponthoud een afstand van 100 meter zwemmen in één stijl, ofwel in schoolslag, in crawl, in rugslag of in vlinderslag. Daarbij wordt gestart met het hoofd voorover vanop de boord of het startblok (duiken). Er is geen tijdslimiet. 25 meter gekleed zwemmen, start met het hoofd voorover vanop de boord of het startblok (duiken) en zonder tijdslimiet. De kledij moet bestaan uit: voor de jongens: zwembroek, hemd, broek en sokken of kousen. Voor de meisjes: zwempak, kleed of blouse en rok, en sokken of kousen. De kledingstukken moeten volstrekt proper en hygiënisch zijn. (Minimale lengte van het zwembad: 20 m.)

BERVET 6: 3 x 50 meter

Dit brevet wordt toegekend aan iedere kandidaat die de volgende proeven met succes heeft afgelegd. Zonder stil te houden of de grond aan te raken en zonder begrenzing van tijd, een afstand van 150 meter zwemmen, in de drie volgende opgelegde zwemstijlen en in de opgegeven volgorde: 50 meter rugslag, 50 meter schoolslag en 50 meter crawl. De start - met het hoofd voorover van op de boord of het startblok (duiken) - en verschillende zwemstijlen moeten correct uitgevoerd worden. Minimale lengte van het zwembad: 25 m

BREVET 7: 200 meter

Met startsprong vanop de boord of het startblok (duiken) en zonder onderbreking een afstand van 200 m zwemmen in één correcte zwemstijl (onderweg niet veranderen van zwemstijl). Daarbij moeten de keerpunten uitgevoerd worden zoals beschreven in de officiële Zwemreglementen van de Vlaamse Zwemfederatie/K.B.Z.B.

BREVET 8: 400 meter

Met startsprong vanop de boord of het startblok (duiken) en zonder onderbreking een afstand van 400 m zwemmen in één correcte zwemwijze (onderweg niet veranderen van zwemstijl). Daarbij moeten de keerpunten uitgevoerd worden zoals beschreven in de officiële Zwemreglementen van de Vlaamse Zwemfederatie/K.B.Z.B.

BERVET 9: 800 meter

Met startsprong vanop de boord of het startblok (duiken) en zonder onderbreking een afstand van 800 m. zwemmen in één correcte zwemwijze (onderweg niet veranderen van zwemstijl). Daarbij moeten de keerpunten uitgevoerd worden zoals beschreven in de officiële Zwemreglementen van de Vlaamse Zwemfederatie/K.B.Z.B.

BREVET 10: 1000 meter

Met startsprong vanop de boord of het startblok (duiken) en zonder onderbreking een afstand van 1000 m. zwemmen in één correcte zwemwijze (onderweg niet veranderen van zwemstijl). Daarbij moeten de keerpunten uitgevoerd worden zoals beschreven in de officiële Zwemreglementen van de Vlaamse Zwemfederatie/K.B.Z.B.

BREVET 11: 1500 meter

Met startsprong vanop de boord of het startblok (duiken) en zonder onderbreking een afstand van 1500 zwemmen in één correcte zwemwijze (onderweg niet veranderen van zwemstijl). Daarbij moeten de keerpunten uitgevoerd worden zoals beschreven in de officiële zwemreglementen van de Vlaamse Zwemfederatie/K.B.Z.B.

BREVET 12: lange afstand

Iedere afstand gezwommen boven 2.000 m. (brevet 12) zal gelijkwaardig verklaard mogen worden met een brevet van lange afstand. De jury vermeldt de gezwommen afstand op het brevet. Het is toegelaten (maar niet verplicht) om onderweg onbeperkt van zwemstijl te veranderen.