KVZP

Brevetten

  • Ik zit in het water en spat mezelf nat

  • Ik spring in het water op en neer

  • Ik stap door het water naar een drijvend voorwerp

  • Ik blaas grote bellen met mijn mond in het water

  • Ik stap op mijn handen als een krokodil

  • Ik daal af naar de bodem langs een stok

  • Ik spring in het water en kom er weer uit

  • Ik drijf 3 seconden als een ster op mijn buik

  • Ik haal 3 voorwerpen op van de bodem

  • Ik glij 3 seconden op mijn buik met een plankje

 

  • Ik kan door een hoepel zwemmen in diep water
  • Ik kan inspringen in diep water
  • 3 meter verplaatsen in buiklig 
  • Al watertrappend van buiklig naar ruglig
  • 3 meter verplaatsen in ruglig en op de kant klimmen
  • Rugslag

    1. Het lichaam ligt in ruglig horizontaal in het water (van hoofd tot voeten)
    2. De voeten/benen bewegen gestrekt op en neer
    3. De armen bewegen in tegenovergestelde richting (al dan niet gelijktijdig)
    4. De armen maken een lange bewegingsbaan zijwaarts onder water en worden boven het lichaam teruggevoerd
  • Crawl

    1. Het lichaam ligt in buiklig horizontaal in het water (van hoofd tot voeten)
    2. De voeten/benen bewegen gestrekt op en neer
    3. De armen bewegen in tegenovergestelde richting (al dan niet gelijktijdig)
    4. De armen maken een lange bewegingsbaan op de schouderlijn onder water
    5. Het inademen gebeurt zijwaarts zonder het hoofd op te tillen, het uitademen onder water
  • Schoolslag

    1. Tijdens het glijden liggen lichaam en hoofd horizontaal in het water
    2. De arm- en beenbeweging worden symmetrisch uitgevoerd
    3. De benen worden geplooid, gespreid en daarna met gehoekte voeten gesloten
    4. De armen worden gestrekt gespreid, samengebracht voor de borst en aan het wateroppervlak teruggevoerd
    5. Het inademen gebeurt tijdens het samenbrengen van de armen, het uitademen onder water
  • Vlinderslag

    1. Het lichaam beweegt zich golvend voorwaarts in het water
    2. De arm- en beenbeweging worden symmetrisch uitgevoerd
    3. De benen bewegen op en neer met gestrekte voeten
    4. De armen slaan voor de schouders in, worden onder water doorgehaald en boven water teruggevoerd
    5. Het inademen gebeurt tijdens het einde van het uitduwen en het begin van de terugvoerbeweging van de armen, het uitademen onder water
  • Rugslag

    1. Het lichaam ligt in ruglig horizontaal in het water (van hoofd tot voeten)
    2. De voeten/benen bewegen gestrekt op en neer
    3. De armen bewegen in tegenovergestelde richting (al dan niet gelijktijdig)
    4. De armen maken een lange bewegingsbaan zijwaarts onder water en worden boven het lichaam teruggevoerd
  • Crawl

    1. Het lichaam ligt in buiklig horizontaal in het water (van hoofd tot voeten)
    2. De voeten/benen bewegen gestrekt op en neer
    3. De armen bewegen in tegenovergestelde richting (al dan niet gelijktijdig)
    4. De armen maken een lange bewegingsbaan op de schouderlijn onder water
    5. Het inademen gebeurt zijwaarts zonder het hoofd op te tillen, het uitademen onder water
  • Schoolslag

    1. Tijdens het glijden liggen lichaam en hoofd horizontaal in het water
    2. De arm- en beenbeweging worden symmetrisch uitgevoerd
    3. De benen worden geplooid, gespreid en daarna met gehoekte voeten gesloten
    4. De armen worden gestrekt gespreid, samengebracht voor de borst en aan het wateroppervlak teruggevoerd
    5. Het inademen gebeurt tijdens het samenbrengen van de armen, het uitademen onder water
  • Vlinderslag

    1. Het lichaam beweegt zich golvend voorwaarts in het water
    2. De arm- en beenbeweging worden symmetrisch uitgevoerd
    3. De benen bewegen op en neer met gestrekte voeten
    4. De armen slaan voor de schouders in, worden onder water doorgehaald en boven water teruggevoerd
    5. Het inademen gebeurt tijdens het einde van het uitduwen en het begin van de terugvoerbeweging van de armen, het uitademen onder water
  • Rugslag

    1. Het lichaam ligt in ruglig horizontaal in het water (van hoofd tot voeten)
    2. De voeten/benen bewegen gestrekt op en neer
    3. De armen bewegen in tegenovergestelde richting (al dan niet gelijktijdig)
    4. De armen maken een lange bewegingsbaan zijwaarts onder water en worden boven het lichaam teruggevoerd
  • Crawl

    1. Het lichaam ligt in buiklig horizontaal in het water (van hoofd tot voeten)
    2. De voeten/benen bewegen gestrekt op en neer
    3. De armen bewegen in tegenovergestelde richting (al dan niet gelijktijdig)
    4. De armen maken een lange bewegingsbaan op de schouderlijn onder water
    5. Het inademen gebeurt zijwaarts zonder het hoofd op te tillen, het uitademen onder water
  • Schoolslag

    1. Tijdens het glijden liggen lichaam en hoofd horizontaal in het water
    2. De arm- en beenbeweging worden symmetrisch uitgevoerd
    3. De benen worden geplooid, gespreid en daarna met gehoekte voeten gesloten
    4. De armen worden gestrekt gespreid, samengebracht voor de borst en aan het wateroppervlak teruggevoerd
    5. Het inademen gebeurt tijdens het samenbrengen van de armen, het uitademen onder water
  • Vlinderslag

    1. Het lichaam beweegt zich golvend voorwaarts in het water
    2. De arm- en beenbeweging worden symmetrisch uitgevoerd
    3. De benen bewegen op en neer met gestrekte voeten
    4. De armen slaan voor de schouders in, worden onder water doorgehaald en boven water teruggevoerd
    5. Het inademen gebeurt tijdens het einde van het uitduwen en het begin van de terugvoerbeweging van de armen, het uitademen onder water
  • Rugslag

    1. Het lichaam ligt in ruglig horizontaal in het water (van hoofd tot voeten)
    2. De voeten/benen bewegen gestrekt op en neer
    3. De armen bewegen in tegenovergestelde richting (al dan niet gelijktijdig)
    4. De armen maken een lange bewegingsbaan zijwaarts onder water en worden boven het lichaam teruggevoerd
  • Crawl

    1. Het lichaam ligt in buiklig horizontaal in het water (van hoofd tot voeten)
    2. De voeten/benen bewegen gestrekt op en neer
    3. De armen bewegen in tegenovergestelde richting (al dan niet gelijktijdig)
    4. De armen maken een lange bewegingsbaan op de schouderlijn onder water
    5. Het inademen gebeurt zijwaarts zonder het hoofd op te tillen, het uitademen onder water
  • Schoolslag

    1. Tijdens het glijden liggen lichaam en hoofd horizontaal in het water
    2. De arm- en beenbeweging worden symmetrisch uitgevoerd
    3. De benen worden geplooid, gespreid en daarna met gehoekte voeten gesloten
    4. De armen worden gestrekt gespreid, samengebracht voor de borst en aan het wateroppervlak teruggevoerd
    5. Het inademen gebeurt tijdens het samenbrengen van de armen, het uitademen onder water
  • Vlinderslag

    1. Het lichaam beweegt zich golvend voorwaarts in het water
    2. De arm- en beenbeweging worden symmetrisch uitgevoerd
    3. De benen bewegen op en neer met gestrekte voeten
    4. De armen slaan voor de schouders in, worden onder water doorgehaald en boven water teruggevoerd
    5. Het inademen gebeurt tijdens het einde van het uitduwen en het begin van de terugvoerbeweging van de armen, het uitademen onder water
  • Rugslag

    1. Het lichaam ligt in ruglig horizontaal in het water (van hoofd tot voeten)
    2. De voeten/benen bewegen gestrekt op en neer
    3. De armen bewegen in tegenovergestelde richting (al dan niet gelijktijdig)
    4. De armen maken een lange bewegingsbaan zijwaarts onder water en worden boven het lichaam teruggevoerd
  • Crawl

    1. Het lichaam ligt in buiklig horizontaal in het water (van hoofd tot voeten)
    2. De voeten/benen bewegen gestrekt op en neer
    3. De armen bewegen in tegenovergestelde richting (al dan niet gelijktijdig)
    4. De armen maken een lange bewegingsbaan op de schouderlijn onder water
    5. Het inademen gebeurt zijwaarts zonder het hoofd op te tillen, het uitademen onder water
  • Schoolslag

    1. Tijdens het glijden liggen lichaam en hoofd horizontaal in het water
    2. De arm- en beenbeweging worden symmetrisch uitgevoerd
    3. De benen worden geplooid, gespreid en daarna met gehoekte voeten gesloten
    4. De armen worden gestrekt gespreid, samengebracht voor de borst en aan het wateroppervlak teruggevoerd
    5. Het inademen gebeurt tijdens het samenbrengen van de armen, het uitademen onder water
  • Vlinderslag

    1. Het lichaam beweegt zich golvend voorwaarts in het water
    2. De arm- en beenbeweging worden symmetrisch uitgevoerd
    3. De benen bewegen op en neer met gestrekte voeten
    4. De armen slaan voor de schouders in, worden onder water doorgehaald en boven water teruggevoerd
    5. Het inademen gebeurt tijdens het einde van het uitduwen en het begin van de terugvoerbeweging van de armen, het uitademen onder water
  • Rugslag

    1. Het lichaam ligt in ruglig horizontaal in het water (van hoofd tot voeten)
    2. De voeten/benen bewegen gestrekt op en neer
    3. De armen bewegen in tegenovergestelde richting (al dan niet gelijktijdig)
    4. De armen maken een lange bewegingsbaan zijwaarts onder water en worden boven het lichaam teruggevoerd
  • Crawl

    1. Het lichaam ligt in buiklig horizontaal in het water (van hoofd tot voeten)
    2. De voeten/benen bewegen gestrekt op en neer
    3. De armen bewegen in tegenovergestelde richting (al dan niet gelijktijdig)
    4. De armen maken een lange bewegingsbaan op de schouderlijn onder water
    5. Het inademen gebeurt zijwaarts zonder het hoofd op te tillen, het uitademen onder water
  • Schoolslag

    1. Tijdens het glijden liggen lichaam en hoofd horizontaal in het water
    2. De arm- en beenbeweging worden symmetrisch uitgevoerd
    3. De benen worden geplooid, gespreid en daarna met gehoekte voeten gesloten
    4. De armen worden gestrekt gespreid, samengebracht voor de borst en aan het wateroppervlak teruggevoerd
    5. Het inademen gebeurt tijdens het samenbrengen van de armen, het uitademen onder water
  • Vlinderslag

    1. Het lichaam beweegt zich golvend voorwaarts in het water
    2. De arm- en beenbeweging worden symmetrisch uitgevoerd
    3. De benen bewegen op en neer met gestrekte voeten
    4. De armen slaan voor de schouders in, worden onder water doorgehaald en boven water teruggevoerd
    5. Het inademen gebeurt tijdens het einde van het uitduwen en het begin van de terugvoerbeweging van de armen, het uitademen onder water
  • Rugslag

    1. Het lichaam ligt in ruglig horizontaal in het water (van hoofd tot voeten)
    2. De voeten/benen bewegen gestrekt op en neer
    3. De armen bewegen in tegenovergestelde richting (al dan niet gelijktijdig)
    4. De armen maken een lange bewegingsbaan zijwaarts onder water en worden boven het lichaam teruggevoerd
  • Crawl

    1. Het lichaam ligt in buiklig horizontaal in het water (van hoofd tot voeten)
    2. De voeten/benen bewegen gestrekt op en neer
    3. De armen bewegen in tegenovergestelde richting (al dan niet gelijktijdig)
    4. De armen maken een lange bewegingsbaan op de schouderlijn onder water
    5. Het inademen gebeurt zijwaarts zonder het hoofd op te tillen, het uitademen onder water
  • Schoolslag

    1. Tijdens het glijden liggen lichaam en hoofd horizontaal in het water
    2. De arm- en beenbeweging worden symmetrisch uitgevoerd
    3. De benen worden geplooid, gespreid en daarna met gehoekte voeten gesloten
    4. De armen worden gestrekt gespreid, samengebracht voor de borst en aan het wateroppervlak teruggevoerd
    5. Het inademen gebeurt tijdens het samenbrengen van de armen, het uitademen onder water
  • Vlinderslag

    1. Het lichaam beweegt zich golvend voorwaarts in het water
    2. De arm- en beenbeweging worden symmetrisch uitgevoerd
    3. De benen bewegen op en neer met gestrekte voeten
    4. De armen slaan voor de schouders in, worden onder water doorgehaald en boven water teruggevoerd
    5. Het inademen gebeurt tijdens het einde van het uitduwen en het begin van de terugvoerbeweging van de armen, het uitademen onder water